Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
- de heer C. de Wilde, vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming, regio Amsterdam Gooi en Vecht, locatie Amsterdam (hierna: de Raad).
2.De feiten
- een bijdrage in de studiekosten van de vrouw tot een maximumbedrag van € 8.100,-;
- een bijdrage in de kosten van levensonderhoud van de vrouw gedurende 72 maanden à € 700,- per maand;
- een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige] van € 725,- per maand;
- de schoolkosten van [de minderjarige];
- de oppaskosten wanneer de man niet naar [a] kan komen als de vrouw verplichte schoollessen moet volgen, tot een maximum van € 200,- per maand.
- eerste helft in de even jaren;
- tweede helft in de oneven jaren;
de manis het volgende gebleken.
de vrouwis het volgende gebleken.
- de man zal [de minderjarige] eenmaal per veertien dagen van vrijdagmiddag uit school tot maandagochtend bij zich hebben, waarbij hij [de minderjarige] op maandagochtend naar school, dan wel naar de vrouw zal brengen;
- de vakanties zullen bij helfte worden gedeeld tussen partijen, met dien verstande dat [de minderjarige] in de vakanties van één week bij de man zal verblijven.