ECLI:NL:GHAMS:2014:3785
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.J. Visser
- D.J. Oranje
- G.M. ter Huurne
- Rechtspraak.nl
Beëindiging managementovereenkomst na rechtsgeldig ontslag bestuurder met opzegtermijn
In deze zaak stond centraal of het ontslag van H.W. Holding als bestuurder van RDH Beheer tevens leidde tot beëindiging van de managementovereenkomst. Het hof stelde vast dat het ontslag niet automatisch het einde van de managementovereenkomst betekende, in tegenstelling tot de eerdere uitspraak van de rechtbank. De artikelen in de overeenkomst en de jurisprudentie ondersteunen geen automatische beëindiging.
RDH Beheer stelde dat er sprake was van een onmiddellijke beëindiging wegens ernstige redenen, maar het hof verwierp dit omdat deze redenen niet in de notulen stonden en geen formele opzegging had plaatsgevonden. Verder concludeerde het hof dat de aandeelhouders geen gebruik hadden gemaakt van hun kooprecht binnen korte termijn na het ontslag.
Hoewel RDH Beheer betoogde dat H.W. Holding door gedragingen instemde met onmiddellijke beëindiging, vond het hof dit onvoldoende gezien de financiële gevolgen en emotionele omstandigheden. Wel achtte het hof de brief van 17 november 2010 een rechtsgeldige opzegging met inachtneming van een opzegtermijn van zes maanden.
Uiteindelijk werd RDH Beheer veroordeeld tot betaling van de managementvergoeding over de periode van 1 december 2010 tot 17 mei 2011, met wettelijke rente, en werden de proceskosten aan de zijde van H.W. Holding toegewezen.
Uitkomst: Managementovereenkomst is rechtsgeldig opgezegd met een opzegtermijn van zes maanden, RDH Beheer moet managementvergoeding betalen tot 17 mei 2011.