Op 10 december 2012 werden bij twee koeriers pakketten met cocaïne aangetroffen in koffers op Schiphol. Verdachte reisde mee met dezelfde vlucht en speelde volgens verklaringen van de koeriers een cruciale rol in het regelen van de koffers.
De verdediging voerde aan dat de verklaringen van de getuigen onbetrouwbaar waren en dat niet bewezen kon worden dat verdachte de cocaïne in de koffers plaatste. Het hof oordeelde echter dat de verklaringen, ondersteund door telefooncontacten en andere objectieve bewijzen, betrouwbaar waren.
Het hof stelde vast dat verdachte medepleger was van de invoer van ruim 6,5 kilo cocaïne, bestemd voor handel, en dat hij een organiserende rol had. Verdachte werd veroordeeld tot 48 maanden gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest. Het hof vernietigde het eerdere vonnis en deed opnieuw recht.