Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
de manis het volgende gebleken.
de vrouwis het volgende gebleken.
Gerechtshof Amsterdam
Partijen zijn in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam inzake de kinderalimentatie voor hun kind [kind b]. De man verzoekt onder meer de alimentatie met terugwerkende kracht te wijzigen en ook de bijdrage voor [kind a] nihil te verklaren, terwijl de vrouw de bestreden beschikking wil handhaven.
Het hof oordeelt dat de man tijdig hoger beroep heeft ingesteld en dat het hof bevoegd is de zaak te behandelen. De uitbreiding van het verzoek van de man naar de bijdrage voor [kind a] wordt toegestaan, maar faalt wegens onvoldoende onderbouwing en stelplicht. De behoefte van [kind b] wordt vastgesteld op €250 per maand, waarbij alleen de man financieel kan bijdragen vanwege de schuldsanering van de vrouw.
Bij de draagkrachtberekening van de man houdt het hof rekening met zijn inkomen, de lasten van de tweede hypotheek en schulden, en deelt de draagkracht over zijn stiefkinderen. De wijziging van het inkomen van de man per 1 oktober 2013 leidt tot een nieuwe berekening van de alimentatie, waarvoor partijen de gelegenheid krijgen zich uit te laten. De beslissing wordt aangehouden totdat het hof hierover definitief kan oordelen.
Uitkomst: Het hof houdt de beslissing aan en stelt partijen in de gelegenheid zich uit te laten over de alimentatieberekening vanaf 1 oktober 2013.