ECLI:NL:GHAMS:2014:3940
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J. den Boer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen aanslag inkomstenbelasting 2008 wegens betwisting aftrekposten en woningstatus
Belanghebbende, werkzaam in de eerstelijns gezondheidszorg, betwistte de aanslag inkomstenbelasting 2008 opgelegd door de inspecteur. Zij voerde aan dat zij ten onrechte geen aftrek kreeg voor reserveringen ten behoeve van bedrijfsmiddelen, studiekosten, premies voor inkomensvoorzieningen en uitgaven voor levensonderhoud van haar kinderen. Tevens stelde zij dat een woning als eigen woning moest worden aangemerkt.
De rechtbank verwierp deze standpunten omdat zij onvoldoende bewijs leverde en de wettelijke bepalingen niet in haar voordeel waren. Het hof onderschreef deze beoordeling, benadrukkend dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat haar kinderen niet in staat waren zelf in hun levensonderhoud te voorzien en dat de woning niet leeg stond of bestemd was als eigen woning.
Het hof wees ook het beroep af dat de fiscale positie op grond van redelijkheid en billijkheid moest worden beoordeeld, omdat de rechter gebonden is aan de wet. De financiële situatie van belanghebbende in 2014 werd als irrelevant voor het geschil over 2008 beschouwd.
De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard. Er werd geen kostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 2008 wordt bevestigd.