ECLI:NL:GHAMS:2014:3956
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Betwisting boetebeding bij vervroegde aflossing hypothecaire geldlening na verkoop woning
Appellant, een ervaren advocaat, had een hypothecaire geldlening bij ING afgesloten voor de aankoop van een woning. Bij verkoop van het huis in 2011 stelde ING een boete van ruim €14.900,- wegens vervroegde aflossing in rekening. Appellant betwistte dat hij het boetebeding had aanvaard en vorderde vernietiging van het beding en terugbetaling van de boete.
Het hof onderzocht of ING gerechtvaardigd mocht vertrouwen op aanvaarding van het boetebeding door appellant. De offerte en de inventarisatie financiële positie waren ondertekend, maar de tekst was niet duidelijk genoeg om aan te nemen dat appellant bewust had gekozen voor het opgeven van het recht op boetevrij aflossen. ING kon niet aantonen dat appellant tijdens het gesprek met een medewerkster het beding had aanvaard.
Het hof oordeelde dat ING het bewijs moest leveren dat appellant het boetebeding had aanvaard of dat ING daarop gerechtvaardigd mocht vertrouwen. Daarom werd ING in de gelegenheid gesteld om getuigen te horen en het bewijs te leveren. De verdere beslissing werd aangehouden.
Deze zaak betreft de uitleg en geldigheid van een boetebeding bij vervroegde aflossing van een hypothecaire lening na verkoop van het onderpand, waarbij de vraag centraal stond of de bank de aanvaarding van het boetebeding mocht veronderstellen.
Uitkomst: Het hof stelt ING in de gelegenheid bewijs te leveren dat appellant het boetebeding heeft aanvaard; verdere beslissing wordt aangehouden.