ECLI:NL:GHAMS:2014:4003

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
4 juni 2014
Publicatiedatum
29 september 2014
Zaaknummer
23-001376-13
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 422 Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs schuldheling van een fiets

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter waarin verdachte werd beschuldigd van schuldheling van een Batavus damesfiets. De tenlastelegging betrof het verwerven, voorhanden hebben en/of overdragen van een fiets waarvan verdachte redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze door misdrijf was verkregen.

Tijdens de terechtzitting in hoger beroep verklaarde verdachte dat hij de fiets had opgehaald bij een klant en deze in zijn bus had geladen. De bus was vervolgens uitgeleend aan een vriend met de bedoeling dat de fiets de volgende dag zou worden gecontroleerd op diefstal. Verdachte meende dat de kans op diefstal gering was omdat de klant de fiets met een sleutel van het slot had gehaald.

Het hof oordeelde dat uit het dossier niet wettig en overtuigend kon worden vastgesteld dat verdachte redelijkerwijs had moeten vermoeden dat de fiets door misdrijf was verkregen. Ook als de verklaring van verdachte als ongeloofwaardig zou worden beschouwd, bleef onduidelijk hoe de fiets in de bus terecht was gekomen. Daarom sprak het hof verdachte vrij van schuldheling en vernietigde het het vonnis van de politierechter.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van schuldheling wegens onvoldoende bewijs dat hij redelijkerwijs moest vermoeden dat de fiets door misdrijf was verkregen.

Uitspraak

parketnummer: 23-001376-13
datum uitspraak: 4 juni 2014
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 7 maart 2013 in de strafzaak onder parketnummer
13-236372-12 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 21 mei 2014, en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman E. Kok, advocaat te Utrecht, naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat
hij op of omstreeks 24 april 2012 te Naarden, in elk geval in Nederland, een (dames)fiets (merk Batavus, kleur zwart) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemde fiets redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de rechtbank.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

Vrijspraak

Anders dan de rechtbank is het hof van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen is hetgeen de verdachte ten laste is gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. Uit de stukken van het dossier kan niet worden afgeleid dat de verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van de fiets redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.
Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte de eerder door hem afgelegde verklaring bij de politie herhaald en verklaard dat hij de in de bus aangetroffen fiets had opgehaald bij een klant, de fiets in zijn bus had geladen en dat hij de bus vervolgens heeft uitgeleend aan een vriend met de bedoeling dat hij de bus met de fiets erin de volgende dag terug (in zijn werkplaats) zou krijgen. De verdachte heeft voorts verklaard dat hij voornemens was om die volgende dag te controleren of de fiets van diefstal afkomstig was. Hij meende op voorhand dat de kans hierop gering was, gelet op het feit dat de klant de fiets met een sleutel van het slot had gehaald.
Het dossier biedt geen weerlegging van de verklaring van de verdachte dat de fiets reeds – met een sleutel – van het slot was gehaald. Ook indien de verklaring van de verdachte als ongeloofwaardig terzijde zou worden geschoven, kan op basis van de stukken van het dossier niet worden vastgesteld dat de verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van voornoemde fiets redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een van misdrijf verkregen goed betrof. Immers, ook in dat geval blijft onduidelijk hoe de fiets in de bus – waarin op dat moment een vriend van de verdachte reed – terecht is gekomen. Het hof zal de verdachte daarom vrijspreken van het hem ten laste gelegde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M.P. Geelhoed, mr. P. Greve en mr. F.L. Muskens, in tegenwoordigheid van mr. A.T. de Muinck - Dezentje, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
4 juni 2014.
Mrs. A.M.P. Geelhoed en F.L. Muskens zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.