Uitspraak
mr. A. Karate Maastricht,
mr. N. de Koningte Amsterdam.
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
- Koopsom: € 500.000,00 k.k.
- Oplevering: 01-06-2013
- Voorbehouden:
Notariskeuze
gezien voor legalisatie 4-4-2013”.
3.Beoordeling
I tot en met IIIbetoogt [appellant] dat partijen het financieringsvoorbehoud als een opschortende voorwaarde zijn overeengekomen en dat de in de koopovereenkomst opgenomen ontbindende voorwaarde een fout is van de notaris en niet de bedoeling van partijen weergeeft. Volgens [appellant] zou [geïntimeerde] de financiering regelen en indien dat niet zou lukken, zou de koop/verkoop simpelweg niet doorgaan.
Financiering 5 weken na tekenen overeenkomst”. Uit deze e-mail blijkt niet dat er een “financieringsvoorbehoud” is overeengekomen, wie de financiering zou regelen en zeer zeker niet dat er een “(gebruikelijke) ontbindende voorwaarde” zou zijn overeengekomen.
IV tot en met VIII, die het hof gezamenlijk zal behandelen, zien op het oordeel van de voorzieningenrechter dat [appellant] te laat een beroep op de ontbindende voorwaarde heeft gedaan. [appellant] voert aan dat hij tot of omstreeks 23 mei 2013 geen weet heeft gehad van de inhoud en voorwaarden van de koopovereenkomst, aan hem geen kopie van de ondertekende koopovereenkomst is gezonden, uit de e-mail van 3 april 2013 niet expliciet blijkt dat er een termijn voor het inroepen van het financieringsvoorbehoud zou gaan lopen en het op de weg van [geïntimeerde] had gelegen om hem, [appellant], te informeren over de koopovereenkomst, de voorwaarden en de termijnen.
grief XIziet op het (ontbreken van) spoedeisend belang. Deze grieven lenen zich voor gezamenlijke behandeling.
voldoende aannemelijk is dat in een bodemprocedure zal worden geoordeeld” dat [appellant] is gehouden tot nakoming van de koopovereenkomst en daarmee in verzuim is, heeft de voorzieningenrechter in zoverre de juiste maatstaf aangelegd. Het hof overweegt daarbij dat [appellant], zoals ook volgt uit hetgeen onder 3.4 en 3.5 is overwogen, ook in hoger beroep geen voldoende concrete feiten heeft gesteld waaruit de aannemelijkheid van zijn standpunt volgt en zijn stellingen bovendien niet heeft onderbouwd. Het bestaan en de omvang van de vordering van [geïntimeerde] is dan ook zeer aannemelijk. [geïntimeerde] heeft onbetwist aangevoerd dat hij thans bij familie in de Verenigde Staten verblijft omdat hij, in afwachting van betaling door [appellant], geen eigen woning kan bekostigen en zolang [appellant] de woning aan de[adres] niet afneemt alle aan die woning verbonden kosten moet (blijven) dragen. Daarmee is het spoedeisend belang van [geïntimeerde] bij toewijzing van zijn vorderingen voldoende gegeven. De mogelijkheid van een restitutierisico aan de zijde van [appellant] is, gelet op het hiervoor overwogene, onvoldoende zwaarwegend om tot afwijzing van de vordering van [geïntimeerde] te leiden.
grieven X en XIIbehoeven daarom geen bespreking meer.