Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
Bouwinvest is en blijft enthousiast en wil graag door met De[adres];
de directie van Bouwinvest akkoord is met de voorgelegde propositie. Maar ook dat de RvC vergadering niet 6 februari is, maar 20 februari. In deze e-mail heeft[B] een aangepaste planning opgenomen die voorziet in (op 4 februari)
terugkoppeling door [E] op de juridische aspecten, (op 5 februari)
reactie Casa Cura op juridische aspecten, (week 11 februari)
alle contractstukken definitiefen (20 februari)
besluitvorming RvC Bouwinvest.
Ik neem aan dat de moeder van DGL voor deze dochter-BV garant staat en de overeenkomst mede ondertekent. De moeder zal daartoe als partij moeten worden toegevoegd.
en [H]]
mocht hebben dat er een constructie opgetuigd wordt waarin de BV’s onderling onder geen enkel beding schade van elkaar zouden kunnen ondervinden ook niet wanneer wij aanspraak zouden doen op de Holding. Is dit inderdaad de insteek van jullie? En hoe willen jullie dit in een vat gaan gieten?