Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
93.103
564.296
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende, een vastgoedbelegger, diende een suppletieaangifte omzetbelasting in over 2004, die door de inspecteur als vrijwillige verbetering werd aangemerkt. Na een boekenonderzoek stelde de inspecteur correcties vast over de jaren 2004 tot en met 2006, leidend tot naheffingsaanslagen en een verzuimboete.
De rechtbank had de naheffingsaanslag verminderd, maar de verzuimboete grotendeels gehandhaafd. Belanghebbende ging hiertegen in hoger beroep. Het Hof stelde vast dat belanghebbende niet had aangetoond dat haar suppletieaangifte onjuist was, noch dat de correcties onjuist waren, ondanks de mogelijkheid om huurcontracten te tonen ter onderbouwing.
Ook het beroep tegen de verzuimboete faalde, omdat de boete terecht werd opgelegd wegens het niet nakomen van fiscale verplichtingen, zonder dat sprake was van bijzondere omstandigheden of afwezigheid van schuld. De beschikking heffingsrente werd eveneens bevestigd.
Het Hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen veroordeling in proceskosten uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag en verzuimboete worden bevestigd.