Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[Appellant sub 1]
[Appellante sub 2],
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
3.Beoordeling
Verplichtingen van de klant
totalekosten van een warmtepompsysteem lager zouden zijn dan de totale kosten bij een conventioneel systeem. Hoewel de exacte kosten die [appellanten] met het warmtepompsysteem zouden hebben niet duidelijk waren omdat de te maken variabele elektriciteitskosten immers niet van tevoren konden worden bepaald, hebben [appellanten] niet kunnen vermoeden dat zij met dat systeem, alles bij elkaar opgeteld, aanzienlijk duurder uit zouden zijn dan met een conventioneel verwarmingssysteem. [appellanten] hebben een rapportage door Kiwa N.V. laten opstellen en in hoger beroep in het geding gebracht. In een tweede, naar aanleiding van de daarop door deskundigen van [X]geuite kritiek aangepast rapport van Kiwa N.V. van 23 december 2013 komt deze tot de conclusie dat [appellanten] met het bestaande warmtepompsysteem per jaar € 896,- duurder uit zijn dan indien zij een met gas gestookte (hoog rendement) centrale verwarmingsketel zouden hebben laten aanleggen. [appellanten] stellen te hebben vertrouwd op de mededelingen van [X]in de onder 3.1 sub c geciteerde documentatie dat de totale kosten van gebruik van het warmtepompsysteem (na het eerste jaar tenminste 10%) lager zouden zijn dan die van een conventioneel verwarmingssysteem en zij mochten, aldus [appellanten], op die mededelingen vertrouwen. Energiezuinigheid en duurzaamheid waren voor [appellanten]
dereden de woning te kopen. Een en ander rechtvaardigt een beroep op artikel 6:228 lid 1 onder Pro a BW en op grond van artikel 6:230 BW Pro zijn [appellanten] gerechtigd in plaats van vernietiging een wijziging van de serviceovereenkomst te vorderen ter opheffing van het nadeel dat zij door instandhouding van die overeenkomst lijden. Het hof overweegt als volgt.