ECLI:NL:GHAMS:2014:4574
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen
- H.W.J. de Groot
- L.C. Winkel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis met strafvermindering wegens overschrijding redelijke termijn in hoger beroep
In deze strafzaak bevestigt het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 26 mei 2010. Het hoger beroep werd behandeld na een langdurige procedure met aanzienlijke overschrijding van de redelijke termijn.
Na het instellen van het hoger beroep op 1 juni 2010 werd het appelschrift pas op 5 september 2012 ingediend, waarna de eerste zitting in hoger beroep plaatsvond op 15 januari 2013. Gedurende deze periode verstreken ruim 31 maanden. Nadere onderzoeken werden bevolen en afgerond op 4 november 2013, waarna de zaak werd voortgezet op 21 oktober 2014. De totale overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep bedroeg ruim 28 maanden.
Het hof achtte de strafvermindering van drie maanden passend, mede gelet op de eerdere strafvermindering door de rechtbank wegens overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg en het ontbreken van bepaalde stukken in het dossier. Het hof volstaat met de constatering van de overschrijding en bevestigt het vonnis met de strafvermindering.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 4 november 2014.
Uitkomst: Vonnis van de rechtbank bevestigd met een strafvermindering van drie maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep.