ECLI:NL:GHAMS:2014:4653
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Openbaar ministerie niet-ontvankelijk wegens te late indiening appelschriftuur
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van het openbaar ministerie tegen een vonnis van de rechtbank Amsterdam. Het openbaar ministerie had het hoger beroep ingesteld, maar de schriftuur met grieven werd niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van veertien dagen na het instellen van het hoger beroep ingediend.
De raadsman van de verdachte stelde dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard vanwege deze termijnoverschrijding, terwijl de advocaat-generaal betoogde dat de geringe overschrijding en de hoge werkdruk bij het openbaar ministerie dit niet rechtvaardigden.
Het hof overwoog dat artikel 410 lid 1 en Pro artikel 416 lid 3 van Pro het Wetboek van Strafvordering bepalen dat het niet tijdig indienen van de schriftuur leidt tot niet-ontvankelijkheid. De overschrijding van drie weken was niet voldoende gerechtvaardigd en het belang van het hoger beroep woog niet zwaarder dan het belang van de sanctie.
Daarom verklaarde het hof het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in het hoger beroep, waarmee het vonnis van de rechtbank Amsterdam in stand bleef.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het niet tijdig indienen van de schriftuur.