ECLI:NL:GHAMS:2014:4703
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs schennis van de eerbaarheid in hoger beroep
In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter heeft het gerechtshof Amsterdam het onderzoek verricht naar de tenlastelegging dat verdachte zich op 18 januari 2013 in Heerhugowaard opzettelijk oneerbaar zou hebben gedragen met ontbloot geslachtsdeel op een openbare plaats.
De verdediging voerde primair niet-ontvankelijkheid aan wegens vormverzuimen in het opsporingsonderzoek, waaronder de aanwezigheid van een getuige bij het opnemen van de aangifte en onheuse ondervraging van verdachte. Het hof oordeelde dat deze tekortkomingen niet ernstig genoeg waren om het OM niet-ontvankelijk te verklaren.
Hoewel de verklaringen van de aangeefster en getuige niet werden uitgesloten en er sterke aanwijzingen waren, vond het hof dat het bewijs onvoldoende was om buiten redelijke twijfel vast te stellen dat verdachte zich schuldig had gemaakt aan schennis van de eerbaarheid. Het gebrek aan ondersteunend bewijs leidde tot vrijspraak.
Het hof vernietigde het vonnis waarvan beroep en sprak verdachte vrij van het ten laste gelegde. De overige verweren behoefden geen bespreking meer.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor schennis van de eerbaarheid.