ECLI:NL:GHAMS:2014:474
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs voor hulp bij diefstal personenauto
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter waarin verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk behulpzaam zijn bij de diefstal van een personenauto. De tenlastelegging betrof het verwijderen van een paaltje om vrije doorgang te verschaffen aan de gestolen auto.
Tijdens het onderzoek en de terechtzitting in hoger beroep heeft het hof de camerabeelden en overige dossierstukken zorgvuldig bestudeerd. Hoewel verdachte op de beelden te zien was terwijl hij een paaltje verwijderde en kort daarna de gestolen auto het terrein verliet, achtte het hof dit onvoldoende bewijs voor het vereiste opzet en het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening.
De waarneming van een conciërge dat verdachte een beweging maakte alsof hij op afstand een auto opende, werd niet bevestigd door de verbalisant die de beelden bekeek. Hierdoor ontbrak het aan wettig en overtuigend bewijs om verdachte te veroordelen.
De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde werd afgewezen omdat verdachte niet schuldig werd bevonden. Tevens werd een eerdere vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf afgewezen in verband met de vrijspraak.
Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en sprak verdachte vrij van het ten laste gelegde feit.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor opzet en hulp bij diefstal van de auto.