Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Tenlastelegging
Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie
Vonnis waarvan beroep
Vordering van het openbaar ministerie
Vrijspraak
tegen betaling.
Gerechtshof Amsterdam
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter Amsterdam waarin verdachte werd vervolgd voor het verrichten van taxivervoer zonder vergunning op 6 oktober 2011.
De verdediging stelde dat verdachte was uitgelokt tot het gepleegde feit, hetgeen zou leiden tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie. Het hof oordeelde dat er geen sprake was van een ernstige inbreuk op de procesorde en verklaarde het OM ontvankelijk.
Uit het dossier bleek dat verdachte de verbalisanten zelf uitnodigde in zijn auto te stappen en naar hun bestemming te vragen, zonder dat de verbalisanten het initiatief namen. Wel was onduidelijk of het vervoer daadwerkelijk als taxivervoer in de zin van de Wet personenvervoer 2000 kon worden aangemerkt, omdat betaling pas aan het einde van de rit ter sprake kwam.
Het hof vond het bewijs onvoldoende om te concluderen dat verdachte taxivervoer zonder vergunning had verricht en sprak hem vrij. Tevens wees het hof de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde geldboete af.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor het verrichten van taxivervoer zonder vergunning.