Uitspraak
mr. P.F.M. Deijkerste [woonplaats 1],
mr. J. van Andelte Utrecht.
Gerechtshof Amsterdam
Partijen, voormalig echtgenoten, waren gezamenlijk eigenaar van een woning die sinds 2010 te koop stond. In een overeenkomst van juni 2010 was afgesproken dat de man de energielasten zou betalen totdat de woning verkocht zou zijn. Diverse kort gedingprocedures volgden over de betaling van achterstallige energiekosten.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de man niet langer gehouden was de energielasten te betalen omdat de verkoop van de woning door de vrouw onvoldoende werd bevorderd en de situatie na ruim vier jaar ongewijzigd bleef. De vrouw ging hiertegen in hoger beroep en vorderde dat de man alsnog de achterstallige energiekosten zou betalen en de verplichting zou voortduren.
Het hof overwoog dat de verplichting van de man tijdelijk van aard was, in de verwachting dat de woning binnen afzienbare tijd zou worden verkocht. Nu de woning na meer dan vier jaar nog niet was verkocht en de vrouw onvoldoende medewerking verleende, was sprake van een onvoorziene omstandigheid die de man naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ontslaat van zijn verplichting. Ook de financiële situatie van de man speelde een rol. De grief van de vrouw faalde en het hof bekrachtigde het vonnis van de voorzieningenrechter.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de man niet langer gehouden is de energielasten van de woning te betalen.