Uitspraak
mr. V.J.N. van Oijente Amsterdam,
1.[geïntimeerde sub 1],
[geïntimeerde sub 2],
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[geïntimeerde sub 4],
mr. F.T. Pardaante Hoofddorp.
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak staat een geschil centraal over de rechtsgeldigheid van een vordering voortvloeiend uit een samenwerkingsovereenkomst (SOK) tussen partijen betreffende de verkoop van percelen. Appellante, een projectontwikkelaar, vordert betaling van een koopprijs, maar geïntimeerden betwisten de rechtsgrond omdat de overeenkomst niet rechtsgeldig is overgedragen aan de huidige vennootschap van appellante.
De voorzieningenrechter had reeds de vordering van geïntimeerden tot opheffing van de executiemaatregelen toegewezen, omdat de tenuitvoerlegging berustte op een feitelijke misslag. Het hof bevestigt in het arrest in de bodemzaak dat de huidige appellante niet de contractspartij is en dat er geen cessie of contractsoverneming heeft plaatsgevonden. Hierdoor ontbreekt de rechtsgrond voor de vordering en zijn de beslagen onrechtmatig.
Het hof bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter en veroordeelt appellante in de proceskosten. De grieven van appellante falen, aangezien zij geen feiten heeft gesteld waaruit blijkt dat zij het vorderingsrecht heeft verkregen. Dit arrest bevestigt dat executiemaatregelen zonder geldige rechtsgrond moeten worden opgeheven.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de executiemaatregelen worden opgeheven wegens het ontbreken van een rechtsgrond.