Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
de manis het volgende gebleken.
de vrouwis het volgende gebleken.
Gerechtshof Amsterdam
Partijen zijn in 2003 gehuwd en in 2009 gescheiden. Uit het huwelijk zijn twee kinderen geboren met hoofdverblijfplaatsen verdeeld over de ouders. Bij het ouderschapsplan is een kinderalimentatie vastgesteld waarbij bewust is afgeweken van de wettelijke maatstaven. De man verzocht om wijziging van de kinderalimentatie wegens vermeende wijzigingen in het inkomen van de vrouw, woonlasten en zorgregeling.
De rechtbank verklaarde de man niet-ontvankelijk in zijn verzoek, maar het hof vernietigde deze beschikking. Het hof oordeelde dat de wijzigingen in inkomen en woonlasten van de vrouw niet zodanig ingrijpend waren dat de overeengekomen alimentatie op grond van redelijkheid en billijkheid gewijzigd moest worden. Ook de gewijzigde zorgregeling en het lagere inkomen van de man leidden niet tot een wijziging.
Het hof wees het verzoek van de man af en veroordeelde hem in de proceskosten van de vrouw vanwege herhaaldelijk nodeloos procederen. De vrouw kreeg een vergoeding van € 3.274,- voor verschotten en advocaatkosten. De beschikking werd in het openbaar uitgesproken op 4 november 2014.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot wijziging van de kinderalimentatie af en veroordeelt de man in de proceskosten wegens nodeloos procederen.