ECLI:NL:GHAMS:2014:5046
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.N. van de Beek
- M. Wigleven
- J.W. Brunt
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep omgangsregeling grootouders met minderjarig kleinkind afgewezen wegens ontbreken nauwe persoonlijke betrekking
De grootouders zijn in hoger beroep gekomen tegen de afwijzing van hun verzoek tot een omgangsregeling met hun kleinkinderen, waarbij zij wilden dat de kinderen één dag per week bij hen zouden verblijven. De ouders en het kind [kind A] stelden zich tegen het verzoek op en voerden onder meer incidenteel hoger beroep in.
Het hof heeft vastgesteld dat het meerderjarige kind [kind A] geen omgangsregeling kan krijgen en heeft dit deel van de beschikking bekrachtigd. Vervolgens heeft het hof onderzocht of er een nauwe persoonlijke betrekking bestond tussen de grootouders en het minderjarige kind [kind B], zoals vereist op grond van artikel 1:377a lid 1 BW. Hoewel de grootouders stelden dat zij een belangrijke rol speelden in de verzorging en opvoeding van [kind B], oordeelde het hof dat de contacten beperkt waren tot gebruikelijke grootouderlijke contacten, zonder substantieel verblijf of langdurige oppas.
Daarmee ontbrak de vereiste nauwe persoonlijke betrekking en werden de grootouders niet-ontvankelijk verklaard in hun verzoek. De bestreden beschikking werd op dat punt vernietigd en voor het overige bekrachtigd. Het hof wees verdere verzoeken af en bevestigde dat het belang van het kind leidend is bij omgangsregelingen.
Uitkomst: De grootouders worden niet-ontvankelijk verklaard in hun verzoek tot omgang met het minderjarige kleinkind wegens het ontbreken van een nauwe persoonlijke betrekking.