ECLI:NL:GHAMS:2014:5211
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.G. Kemmers
- M.F.G.H. Beckers
- J.W. van Zaane
- Rechtspraak.nl
Bevestiging hoofdverblijfplaats kinderen bij moeder en toestemming verhuizing naar Canada
Partijen, gehuwd in 2011 te Jamaica, zijn gescheiden en hebben twee kinderen geboren in 2008. De kinderen verblijven sinds februari 2014 bij de moeder in Canada. De rechtbank had eerder de hoofdverblijfplaats bij de moeder vastgesteld en haar toestemming gegeven om met de kinderen naar Canada te verhuizen. De vader kwam hiertegen in hoger beroep.
Het hof oordeelt dat de Nederlandse rechter bevoegd is ondanks het verblijf van de kinderen in Canada, en dat het verzoek van de vader tot eenhoofdig gezag wordt aangehouden tot de Canadese rechter hierover beslist. De moeder is primaire verzorgster en de kinderen zijn geworteld in Canada, waar zij goed presteren en ondersteund worden door familie en medische zorg.
De belangen van de moeder en kinderen bij verblijf in Canada wegen zwaarder dan het belang van de vader bij handhaving van verblijf in Nederland. De zorgregeling met omgangsrechten voor de vader is passend en moet worden nageleefd. Het hof wijst het verzoek tot nader onderzoek door de Raad af om onrust bij de kinderen te voorkomen.
De beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd, het verzoek van de vader afgewezen en de behandeling van het gezagsverzoek aangehouden tot de Canadese rechter een uitspraak doet.
Uitkomst: De hoofdverblijfplaats van de kinderen blijft bij de moeder en zij krijgt toestemming om met de kinderen naar Canada te verhuizen; het verzoek tot eenhoofdig gezag wordt aangehouden.