ECLI:NL:GHAMS:2014:5510
Gerechtshof Amsterdam
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Vergoeding immateriële schade wegens overschrijding redelijke termijn in beroepsfase bestuursrechtelijke procedure
Belanghebbende verzocht het Gerechtshof Amsterdam om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn in de beroepsfase van een bestuursrechtelijke procedure over een waardebeschikking onroerende zaken.
De heffingsambtenaar had op 22 december 2011 uitspraak gedaan op het bezwaarschrift, waarna belanghebbende op 16 januari 2012 beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank deed uitspraak op 5 december 2013, waarmee de beroepsfase bijna 23 maanden duurde, wat neerkomt op een overschrijding van bijna vijf maanden ten opzichte van de redelijke termijn van anderhalf jaar.
Het Hof stelde vast dat de overschrijding geheel toe te rekenen was aan de beroepsfase en niet aan belanghebbende. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een afwijking van de standaardtermijnen rechtvaardigden. Daarom werd een immateriële schadevergoeding van €500 toegekend aan belanghebbende.
De Minister van Veiligheid en Justitie werd veroordeeld tot betaling van deze vergoeding. Kostenvergoeding werd niet toegekend omdat geen bewijs van proceskosten was geleverd. De uitspraak is gedaan door mr. E.F. Faase op 20 november 2014 en is openbaar.
Uitkomst: De Minister van Veiligheid en Justitie is veroordeeld tot betaling van €500 immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in de beroepsfase.