ECLI:NL:GHAMS:2014:554
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.M.A. Gerritzen-Gunst
- A.R. Sturhoofd
- J.A. van Keulen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van minderjarige kinderen
De vader is in hoger beroep gekomen tegen twee beschikkingen van de kinderrechter betreffende de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van zijn minderjarige kinderen. De ondertoezichtstelling was aanvankelijk voor drie maanden uitgesproken en de kinderen waren in een crisispleeggezin geplaatst. De moeder vertrok met de kinderen naar Vietnam, wat aanleiding gaf tot zorgen over het ontlopen van hulpverlening.
De vader stelde primair dat de beschikking verviel door het te laat genomen indicatiebesluit en subsidiair dat de gronden voor ondertoezichtstelling ontbraken. Het hof oordeelde dat het ontbreken van een tijdig indicatiebesluit de ondertoezichtstelling niet aantast, omdat dit alleen vereist is voor de machtiging tot uithuisplaatsing. Bovendien werd vastgesteld dat er voldoende gronden waren voor ondertoezichtstelling, waaronder zorgen over gebitsproblemen, taalontwikkeling, hygiëne, opvoedkundige draagkracht en het ontlopen van hulpverlening.
Daarnaast werd het bezwaar tegen de verlenging van de spoedmachtiging tot uithuisplaatsing afgewezen. Het hof concludeerde dat de machtiging terecht was verlengd omdat de hulpverlening in de thuissituatie nog niet geregeld was en de gronden voor uithuisplaatsing nog bestonden.
Het hof bekrachtigde daarom beide bestreden beschikkingen en verklaarde de vader ontvankelijk in zijn hoger beroep, gelet op zijn recht op eerbiediging van het gezinsleven.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van de kinderen.