Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil in hoger beroep
4.Beoordeling van het geschil
Kamerstukken II2005-2006, 30 578, nr. 3 (MvT), blz. 40).
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende, eigenaar van een opslagbox in een complex met meerdere boxen, maakte bezwaar tegen een aanslag rioolheffing voor 2012. Zij stelde primair dat het belastbare feit niet was voldaan omdat het hemelwater niet op de gemeentelijke riolering zou worden afgevoerd, maar via watergangen van het hoogheemraadschap. Subsidiair betwistte zij dat de aanslag aan haar mocht worden opgelegd in plaats van aan de Vereniging van Eigenaren (VvE) van het complex.
Het Hof stelde vast dat de leiding die het hemelwater afvoert, is aangesloten op het gemeentelijk riool, waarmee het belastbare feit was voldaan. De opslagbox werd als een afzonderlijk gedeelte van een perceel aangemerkt, waarover de belasting geheven kan worden. De aanslag aan belanghebbende was daarom terecht opgelegd.
Verder verwierp het Hof het beroep op onredelijkheid van de heffing en het gelijkheidsbeginsel. De heffingsmaatstaf en tarieven waren volgens het Hof niet willekeurig of onredelijk en de belastingheffing was niet in strijd met het gelijkheidsbeginsel. Ook de stelling dat de opbrengstlimiet van de Gemeentewet werd overschreden, faalde. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag rioolheffing terecht opgelegd aan belanghebbende bevestigd.