Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
de manis het volgende gebleken.
de vrouwis het volgende gebleken.
Gerechtshof Amsterdam
Partijen zijn in hoger beroep gegaan tegen een beschikking inzake de bijdrage van de man in de kosten van verzorging en opvoeding van hun kind, geboren in 2008. De man betwistte het bedrag en de ingangsdatum van de alimentatie, terwijl de vrouw incidenteel hoger beroep instelde en een DNA-onderzoek verzocht.
Het hof stelde vast dat de man pas vanaf de datum van het verzoekschrift (10 oktober 2012) gehouden kon worden tot betaling van kinderalimentatie, omdat er geen eerdere afspraken waren en hij pas toen werd aangesproken. De behoefte van het kind bedroeg in 2012 na indexering €347,65 per maand.
Bij de draagkrachtberekening hield het hof rekening met de gezinssituaties van beide partijen, inclusief andere kinderen en onderhoudsplichten. De man en zijn echtgenote hebben een gezamenlijke draagkracht van €1.201 per maand, verdeeld over hun kinderen, terwijl de vrouw een draagkracht van €841 per maand heeft. Het aandeel van de man in de behoefte van het kind werd vastgesteld op €107 per maand.
Het hof vernietigde de eerdere beschikking en stelde de alimentatie vast op €107 per maand met ingang van 10 oktober 2012, verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad en wees het overige in hoger beroep verzochte af.
Uitkomst: De man moet vanaf 10 oktober 2012 een kinderalimentatie van €107 per maand betalen.