ECLI:NL:GHAMS:2014:6040
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.J. Driessen-Poortvliet
- W.J. van den Bergh
- A.R. Sturhoofd
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over verdeling huwelijkse voorwaarden en vermogensverrekening na echtscheiding
Partijen, gehuwd in 2006 onder huwelijkse voorwaarden, zijn in 2014 gescheiden. De rechtbank had een beschikking gegeven over de verdeling van hun beperkte huwelijksgoederengemeenschap, waarbij de man de woning in Italië kreeg toegekend tegen een waarde van €125.500 en een bedrag van €33.493,30 aan de vrouw zou betalen.
De man kwam in hoger beroep met diverse grieven, waaronder de peildatum van de vermogensverrekening, de waarde van het appartement, en vermeende onttrekkingen van geld door de vrouw. Het hof oordeelde dat partijen ter zitting overeenstemming hadden bereikt over de waarde van het appartement en dat de man onvoldoende onderbouwing gaf voor zijn stelling dat hij onder druk stond of dat sprake was van dwaling of bedrog.
Het hof stelde vast dat de vrouw aanzienlijke bedragen van haar spaarrekening had onttrokken zonder voldoende onderbouwing, waardoor zij de helft van dat bedrag aan de man moet verrekenen. Verder oordeelde het hof dat de hypothecaire lening bij de DSB-bank wel degelijk betrokken moest worden bij de verrekening, en wees het verzoek van de man tot vergoeding van investeringen in de woning grotendeels af. Uiteindelijk vernietigde het hof het deel van de beschikking dat de man aan de vrouw moest betalen en bepaalde dat de vrouw aan de man €36.437,50 moet voldoen.
Uitkomst: Het hof vernietigt een deel van de beschikking en bepaalt dat de vrouw aan de man €36.437,50 moet betalen.