Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
de manis het volgende gebleken.
de vrouwis het volgende gebleken.
Gerechtshof Amsterdam
Partijen hadden een relatie waaruit een kind is geboren. Na hun scheiding oefenden zij gezamenlijk het gezag uit over het kind, met een zorgregeling waarbij het kind om de twee weken bij de man verbleef. De man kwam in hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank die hem verplichtte een maandelijkse bijdrage van €291,50 te betalen voor de verzorging en opvoeding van het kind.
Het hof onderzocht de draagkracht van de man en de behoefte van het kind, waarbij rekening werd gehouden met het netto gezinsinkomen, woonlasten, zorgkosten en omgangskosten met een ander kind uit een andere relatie. De man stelde onder meer dat zijn inkomen was gedaald door de economische crisis en dat hij een deel van de alimentatie in natura wilde voldoen, wat het hof afwees.
De rechtbank had een bijdrage van €291,50 vastgesteld, maar het hof stelde deze bij tot €275 per maand vanaf mei 2012 en €185 per maand vanaf januari 2013. De man hoefde geen proceskosten te betalen en het hof verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Het verzoek van de man om een deel van de alimentatie in natura te voldoen werd niet toegewezen.
Uitkomst: De man moet vanaf 1 mei 2012 €275 en vanaf 1 januari 2013 €185 per maand betalen aan kinderalimentatie; het verzoek tot betaling in natura wordt afgewezen.