Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
3.Het geschil in hoger beroep
- te bepalen dat [de minderjarige] zijn hoofdverblijfplaats bij de vrouw heeft;
Gerechtshof Amsterdam
Partijen zijn in 2004 gehuwd en hebben gezamenlijk het ouderlijk gezag over hun in 2004 geboren minderjarige kind. Na ontbinding van het huwelijk is er een geschil over de hoofdverblijfplaats van het kind en de vervangende toestemming voor verhuizing naar Servië.
De moeder verzoekt om vervangende toestemming om met het kind naar Servië te verhuizen om haar specialisatie-opleiding tot dermatoloog af te maken. De rechtbank had dit verzoek afgewezen en de zaak over de hoofdverblijfplaats aangehouden. Het hof bevestigt dat de belangen van het kind en de vader zwaarder wegen dan het belang van de moeder bij verhuizing, mede vanwege de sterke binding van het kind met Nederland, zijn school, vrienden en sport.
Het hof oordeelt dat de verhuizing het contact tussen vader en kind aanzienlijk zou verminderen, wat niet in het belang van het kind is. De moeder wordt geacht haar opleiding te voltooien zonder het kind mee te nemen. De beslissing over de hoofdverblijfplaats wordt terugverwezen naar de rechtbank omdat deze nauw samenhangt met de zorgregeling die nog in behandeling is.
Uitkomst: Het verzoek van de moeder om vervangende toestemming voor verhuizing met de minderjarige naar Servië wordt afgewezen en de beslissing over de hoofdverblijfplaats wordt terugverwezen naar de rechtbank.