ECLI:NL:GHAMS:2014:6065
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing beëindiging partneralimentatie bij samenleven met gehuwde partner
Partijen waren gehuwd en zijn in 2006 gescheiden waarbij de man partneralimentatie aan de vrouw moest betalen. De man verzocht de alimentatie te beëindigen op grond van artikel 1:160 BW Pro omdat de vrouw samenleefde met een ander als waren zij gehuwd. De vrouw woonde echter samen met een gehuwde partner, wiens huwelijk pas in oktober 2011 eindigde.
De rechtbank wees het verzoek af en het hof bevestigde dit oordeel. Het hof overwoog dat samenleven met een gehuwde partner niet onder artikel 1:160 BW Pro valt zolang diens huwelijk voortduurt. De man had onvoldoende concreet bewijs geleverd dat sprake was van een duurzame affectieve relatie met wederzijdse verzorging en een gemeenschappelijke huishouding.
De stellingen van de man werden gemotiveerd betwist door de vrouw en de schriftelijke verklaringen van getuigen waren onvoldoende concreet of gebaseerd op eigen waarneming. Ook de financiële afhankelijkheid en gezamenlijke vakanties boden onvoldoende aanwijzingen.
Het hof wees het verzoek tot beëindiging van de alimentatie en terugvordering van reeds betaalde bedragen af en veroordeelde partijen ieder in hun eigen proceskosten, gelet op de emotionele en juridische belangen. De beschikking van de rechtbank werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot beëindiging van partneralimentatie af en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank.