ECLI:NL:GHAMS:2014:6079
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging gewijzigde omgangsregeling in kader ondertoezichtstelling kinderen
De vrouw is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank die een gewijzigde omgangsregeling tussen haar en de man, de vader van de kinderen, heeft vastgesteld op verzoek van Bureau Jeugdzorg (BJZ). De kinderen zijn onder toezicht gesteld vanwege bedreigingen in hun ontwikkeling.
De oorspronkelijke omgangsregeling voorzag in verblijf bij de vader in oneven weken en bij de moeder in even weken, met vaste wisselmomenten. BJZ verzocht een wijziging om de spanningen bij wisselmomenten te verminderen en een meer gelijkmatige verdeling van zorgtaken te realiseren. De vrouw verzette zich tegen de wijziging, stellende dat deze haar draagkracht te boven ging en de kinderen stress bezorgde.
Ter zitting bevestigde BJZ dat communicatie tussen ouders niet verbeterd kon worden ondanks diverse trajecten. De kinderen zelf gaven aan de nieuwe regeling prettig te vinden, mede doordat wisselmomenten nu op school plaatsvinden en niet thuis bij de ouders. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde bekrachtiging.
Het hof overwoog dat het doel van de ondertoezichtstelling is om een veilige, voorspelbare en spanningsvrije opvoedingssituatie te creëren. Gezien het ontbreken van verbetering in communicatie en de wensen van de kinderen, achtte het hof de wijziging noodzakelijk en passend. De bestreden beschikking werd daarom bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de gewijzigde omgangsregeling zoals verzocht door Bureau Jeugdzorg met het oog op het doel van de ondertoezichtstelling.