ECLI:NL:GHAMS:2014:6101
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A. van Haeringen
- R.G. Kemmers
- J.A. van Keulen
- Rechtspraak.nl
Omgangsregeling tussen vader en kinderen ontzegd wegens strijd met belangen kinderen
De man is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank die hem het recht op omgang met zijn kinderen ontzegt. De kinderen, nu respectievelijk zestien en veertien jaar oud, hebben sinds 2002 nauwelijks contact met hun vader gehad. Het hof heeft de kinderen in de gelegenheid gesteld hun mening te geven, welke zij schriftelijk kenbaar maakten en waarin zij geen omgang met de man wensen.
De rechtbank had de Raad voor de Kinderbescherming verzocht advies uit te brengen over de omgangsmogelijkheden, maar de man is niet gehoord door de Raad, wat het hof terughoudend maakt ten aanzien van het rapport. Desondanks acht het hof zich voldoende voorgelicht om de zaak te beoordelen zonder nader onderzoek.
Het hof overweegt dat het recht op omgang slechts kan worden ontzegd indien dit ernstig nadeel oplevert voor het kind of anderszins in strijd is met diens zwaarwegende belangen. Gezien de leeftijd van de kinderen en hun uitgesproken wens geen omgang te hebben, acht het hof omgang in dit stadium niet in het belang van de kinderen. De bestreden beschikking wordt daarom bekrachtigd en het verzoek van de man afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking die de man het recht op omgang met zijn kinderen ontzegt wegens strijd met hun zwaarwegende belangen.