Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
de manis het volgende gebleken.
de vrouwis het volgende gebleken.
[kind a]is het volgende gebleken.
Gerechtshof Amsterdam
De vrouw is namens haar zoon in hoger beroep gekomen tegen een beschikking over alimentatie, waarbij de man werd verplicht een maandelijkse bijdrage te betalen. De man stelde dat hij geen draagkracht had en verzocht de ingangsdatum van de bijdrage te wijzigen.
Het hof beoordeelde de behoefte van de jongmeerderjarige aan de hand van richtlijnen en het netto gezinsinkomen ten tijde van het uiteengaan van de ouders. De behoefte werd vastgesteld op verschillende bedragen afhankelijk van de leeftijd en studiefinanciering van het kind. De man had onvoldoende financiële gegevens overgelegd om zijn gebrek aan draagkracht aannemelijk te maken, waardoor het hof ervan uitging dat hij voldoende draagkracht had.
De bijdrage van de man werd vastgesteld met ingang van 1 januari 2010. Het hof wees het verzoek van de vrouw af om de achterstand van de man expliciet vast te stellen, mede omdat onduidelijk was hoe groot de actuele achterstand was door inschakeling van het LBIO. De beschikking werd vernietigd en opnieuw vastgesteld met concrete bedragen voor de alimentatie, die bij vooruitbetaling moeten worden voldaan.
Uitkomst: De alimentatie voor de jongmeerderjarige wordt vastgesteld met ingang van 1 januari 2010 en de draagkracht van de man wordt aangenomen voldoende.