ECLI:NL:GHAMS:2014:6130
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A. van Haeringen
- M.F.G.H. Beckers
- R.G. Kemmers
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging schriftelijke aanwijzing omgangsregeling in belang minderjarige
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de kinderrechter die een schriftelijke aanwijzing van Bureau Jeugdzorg (BJZ) inzake de omgangsregeling met haar minderjarige kind bekrachtigde. De minderjarige verblijft sinds 2010 in een netwerkpleeggezin en de omgangsregeling voorziet in begeleide omgang eenmaal per twee weken op woensdagmiddag, met extra mogelijkheden op de laatste zaterdag van de maand.
De moeder stelde dat BJZ de schriftelijke aanwijzing niet zorgvuldig had voorbereid en onvoldoende had gemotiveerd, en dat zij de regeling wilde uitbreiden. BJZ betwistte dit en stelde dat de aanwijzing in overeenstemming was met de bestaande omgangsregeling waar de moeder zich eerder mee had verenigd. Het hof overwoog dat de schriftelijke aanwijzing een besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht en toetste de zorgvuldigheid, motivering en belangenafweging.
Het hof concludeerde dat de aanwijzing zorgvuldig tot stand was gekomen, voldoende was gemotiveerd en dat de belangen van het kind voldoende waren afgewogen. De moeder was niet in staat de bestaande regeling na te komen en uitbreiding zou het risico van teleurstellingen voor het kind vergroten. Daarom werd de bestreden beschikking bekrachtigd en het beroep van de moeder afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de schriftelijke aanwijzing en wijst het beroep van de moeder af.