ECLI:NL:GHAMS:2014:74
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- C.G. Kleene-Eijk
- M.F.G.H. Beckers
- S.F.M. Wortmann
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging beëindiging gezamenlijk gezag en toekenning eenhoofdig gezag aan moeder
In deze zaak stond de vraag centraal of het gezamenlijk gezag over twee minderjarige kinderen moest worden beëindigd en het eenhoofdig gezag aan de moeder toegewezen. De ouders hadden een langdurige relatie gehad en gezamenlijk gezag, maar de kinderen verbleven bij de vrouw. De man was in hoger beroep gekomen tegen de beslissing van de rechtbank om het gezamenlijk gezag te beëindigen.
De Raad voor de Kinderbescherming had in eerdere rapporten geadviseerd het gezamenlijk gezag te handhaven, maar in een recent advies en tijdens de zitting in hoger beroep stelde de Raad dat de situatie was veranderd en dat het eenhoofdig gezag aan de vrouw passend was. De communicatie tussen de ouders was langdurig problematisch, met veel ruzies, ook in het bijzijn van de kinderen. Pogingen tot mediation en gezamenlijke therapie waren niet succesvol.
Het hof concludeerde dat de ouders niet in staat waren om gezamenlijk het gezag uit te oefenen en dat er een onaanvaardbaar risico bestond dat de kinderen klem of verloren zouden raken tussen de ouders. Verbetering van de communicatie was op korte termijn niet te verwachten. Daarom werd het besluit van de rechtbank bekrachtigd om het gezamenlijk gezag te beëindigen en het eenhoofdig gezag aan de vrouw toe te kennen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het gezamenlijk gezag en kent het eenhoofdig gezag toe aan de vrouw.