ECLI:NL:GHAMS:2014:764
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek benoeming zuster tot bewindvoerder wegens verstoorde verstandhouding met behandelinstelling
De zaak betreft een hoger beroep tegen een beschikking waarbij de kantonrechter [x] tot bewindvoerder over de goederen van de rechthebbende heeft benoemd. Appellante, de zuster van de rechthebbende, verzoekt om haar benoeming tot bewindvoerder. De rechthebbende verblijft permanent in een psychiatrische instelling vanwege een chronische psychotische stoornis.
Tijdens de behandeling van het hoger beroep is gebleken dat er een verstoorde verstandhouding bestaat tussen appellante en de behandelinstelling, mede doordat appellante het behandelplan niet altijd wilde ondertekenen en de informatie-uitwisseling als matig werd ervaren. De behandelinstelling heeft daardoor geen vertrouwen in appellante als bewindvoerder.
Het hof overweegt dat het belang van de rechthebbende vereist dat er vertrouwen is tussen bewindvoerder en behandelinstelling. Gezien de verstoorde relatie en het ontbreken van vertrouwen acht het hof het niet in het belang van de rechthebbende om appellante tot bewindvoerder te benoemen. Omdat [x] als mentor een goede werkrelatie met de instelling onderhoudt en de rechthebbende goed kent, wordt de beschikking van de kantonrechter bekrachtigd en het verzoek van appellante afgewezen.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van appellante af en bekrachtigt de beschikking waarbij [x] tot bewindvoerder is benoemd vanwege het ontbreken van vertrouwen tussen appellante en de behandelinstelling.