Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
de manis het volgende gebleken.
de vrouwis het volgende gebleken.
Gerechtshof Amsterdam
Partijen waren gehuwd sinds 1976 en zijn in 2002 gescheiden. De man was verplicht partneralimentatie te betalen aan de vrouw. Na beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst ontving de man een ontslagvergoeding van €54.830 bruto, bedoeld ter compensatie van inkomstenverlies van september 2010 tot oktober 2014.
De vrouw bereikte in 2012 de pensioengerechtigde leeftijd, wat een relevante wijziging van omstandigheden vormde. De man verzocht de alimentatie vanaf die datum op nihil te stellen, terwijl de vrouw dit betwistte. Het hof beoordeelde de behoefte van de vrouw en de draagkracht van de man, waarbij het inkomen van de man inclusief ontslagvergoeding, IVA-uitkering en werkzaamheden bij een v.o.f. werd meegewogen.
Het hof oordeelde dat de alimentatie met ingang van de pensioendatum moest worden aangepast naar €890 bruto per maand en vanaf 1 januari 2013 naar €877 bruto per maand. Het verzoek tot terugvordering van teveel betaalde alimentatie werd afgewezen omdat de vrouw niet over voldoende middelen beschikte. Het verzoek tot schorsing van de beschikking werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het hof stelde de partneralimentatie vast op €890 bruto per maand vanaf de pensioendatum en €877 bruto per maand vanaf 1 januari 2013, en wees het verzoek tot terugvordering af.