ECLI:NL:GHAMS:2015:1030
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.F.G.H. Beckers
- M. Wigleven
- W.K. van Duren
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek omgangsregeling vader met minderjarige na relatiebeëindiging
Partijen, de man en de vrouw, hadden een relatie waaruit in 2008 een minderjarige is geboren. De relatie eindigde in november 2010. De vrouw oefent het ouderlijk gezag uit en de minderjarige verblijft bij haar. De man verzocht om een omgangsregeling waarbij de minderjarige in het weekend bij hem zou verblijven.
De rechtbank had dit verzoek afgewezen omdat de man niet betrouwbaar en verantwoordelijk genoeg werd geacht en het vaststellen van een omgangsregeling het positieve ontwikkelingsbelang van het kind zou schaden. De man had niet meegewerkt aan hulpverlening, was niet verschenen bij afspraken en had onvoldoende initiatief getoond om contact te herstellen.
Het hof bevestigt deze beoordeling. Ondanks een enkele poging van de man om hulp te zoeken, heeft hij geen structurele stappen gezet om contact te onderhouden of te herstellen. Het hof oordeelt dat omgang in strijd is met de zwaarwegende belangen van het kind, die prevaleren boven het belang van de vader. Het verzoek tot omgang wordt daarom afgewezen en de proceskostenveroordeling wordt eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot omgangsregeling wordt afgewezen en de beschikking van de rechtbank bekrachtigd.