Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Tenlastelegging
Vonnis waarvan beroep
Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie
wethouderen
gedeputeerdemogelijk giften heeft aangenomen en gevraagd, terwijl dat niet uit die informatie kan volgen. Gelet op de in artikel 359a lid 2 Wetboek van Strafvordering (Sv) genoemde factoren, hebben de met de opsporing of vervolging belaste ambtenaren aldus ernstig inbreuk gemaakt op beginselen van een behoorlijke procesorde waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekortgedaan.
Bewijsuitsluiting
Bewijsoverwegingen
due dilligence-onderzoek in december 2004 was gestart.
due dilligence-onderzoek. Uit de in het vonnis van de rechtbank vermelde emailberichten tussen [betrokkene 11] en de verdachte (februari en maart 2005) kan een dergelijke betrokkenheid niet worden afgeleid. Die emailberichten hebben immers geen betrekking op de verkoop van (aandelen in) [rechtspersoon C] van [rechtspersoon D] aan [rechtspersoon W], maar op de verkoop van grond van [rechtspersoon X] - in De Hoek Noord in Haarlemmermeer - aan [rechtspersoon W]. Uit de in het vonnis van de rechtbank vermelde omstandigheid dat de verdachte op 12 en 13 april 2005 een toespraak heeft gehouden voor de Raad van Bestuur van [rechtspersoon W] of uit het in het vonnis vermelde persbericht van de provincie Noord-Holland van 30 juni 2005 kan die betrokkenheid evenmin worden afgeleid. Ook de inhoud van de speech die door de verdachte op 21 november 2005 op het [rechtspersoon V] Event is uitgesproken, biedt onvoldoende aanknopingspunten om te oordelen dat de verdachte zich in 2005 in zijn hoedanigheid van gedeputeerde heeft ingespannen de verkoop van de aandelen [rechtspersoon C] te realiseren of daaraan bij te dragen. De 60 procent aandelen [rechtspersoon C] waren ten tijde van de speech reeds overgedragen en de verdachte heeft in die speech slechts uitgesproken dat hij als koppelaar partijen met elkaar in contact had gebracht. Door de advocaten-generaal is benadrukt dat de verdachte ook tijdens het MIPIM 2005 contact heeft gehad met de bij de aandelentransactie betrokken partijen en dat hij hen heeft gewezen op elkaars kwaliteiten. Ook dit acht het hof niet voldoende nu niet blijkt dat de verdachte dat in zijn hoedanigheid als gedeputeerde heeft gedaan. En verder brengt ook het niet melden door de verdachte bij het aanvaarden van zijn gedeputeerdeschap van zijn recht op de betalingen niet mee dat de bedragen van omkoping afkomstig zijn.
sale and lease back-constructie en een renovatie van het gebouw van de provincie aan het Houtplein in Haarlem. Voor een dergelijke opdracht was een (Europese) aanbestedingsprocedure vereist en in het kader van de renovatie van het gebouw van de provincie was reeds een opdracht aanbesteed aan architectenbureau [architectenbureau]. In januari 2007 heeft de stuurgroep de voorstellen van [rechtspersoon YY] afgewezen en besloten verder te gaan met de voorstellen van [architectenbureau].
sale and lease back-constructie en/of de renovatie van het gebouw van de provincie aan het Houtplein in Haarlem, terwijl in het kader van de renovatie van het gebouw van de provincie de opdracht reeds was aanbesteed aan architectenbureau [architectenbureau]. [betrokkene 4] heeft bovendien verklaard dat het de taak van de verdachte was ambtenaren en adviseurs aan te sporen informatie te geven zodat [rechtspersoon H] en/of [rechtspersoon YY] een plan van aanpak kon maken.
sale and lease back-constructie en/of de renovatie van het gebouw van de provincie. Dat neemt immers niet weg dat de verdachte aan [rechtspersoon YY] wel de mogelijkheid heeft geboden een opdracht van de provincie te verkrijgen. Voor voormeld oordeel vindt het hof ook hier steun in de omstandigheid dat de verdachte de gift via [rechtspersoon G], een vennootschap van een ander dan de verdachte, van [rechtspersoon H] heeft aangenomen.
gebruik makenvan de facturen aan [rechtspersoon S] door [rechtspersoon A]. Het hof ziet evenwel aanleiding geen toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 416 lid 2 onderscheidenlijk Pro lid 3 Sv, nu het van oordeel is, dat de verdachte ter zake van deze facturen niet dient te worden ontslagen van alle rechtsgevolgen, maar dient te worden vrijgesproken. Het hof is met de rechtbank van oordeel dat, nu de facturen zijn verzonden aan [rechtspersoon S] die bekend was met het feit dat de facturen valselijk waren opgemaakt, niet kan worden geoordeeld dat de facturen zijn gebruikt ter misleiding van [rechtspersoon S], waardoor geen sprake is van gebruik maken als bedoeld in artikel 225 lid 2 Sr Pro, in welke betekenis deze woorden ook in de tenlastelegging moeten worden geacht te zijn gebezigd, hetgeen leidt tot vrijspraak. Uit het dossier volgt voorts niet dat de valselijk opgemaakte facturen zijn gezonden aan [rechtspersoon T] en/of [rechtspersoon U] zodat ook ten aanzien deze vennootschappen geen gebruik is gemaakt van de valse facturen.
- een factuur van [rechtspersoon A] aan [rechtspersoon G] van 12 januari 2007 ten bedrage van € 24.395, met als omschrijving ‘wegens verstrekt adviezen in Duitsland in 2006’,
- een factuur van [rechtspersoon A] aan [rechtspersoon G] van 17 januari 2007 ten bedrage van € 8.330, met als omschrijving ‘wegens verstrekte adviezen investeringsprojecten in Kalingrad in 2006’,
- een factuur van [rechtspersoon A] aan [rechtspersoon G] van 1 maart 2007 ten bedrage van € 9.520, met als omschrijving ‘wegens verstrekte adviezen investeringsprojecten te Kalingrad 2 in 2006’,
- een factuur van [rechtspersoon A] aan [rechtspersoon G] van 15 september 2007 ten bedrage van € 5.950, met als omschrijving ‘wegens verstrekte adviezen investeringsprojecten te Kalingrad in 2007’, en
- een factuur van [rechtspersoon A] aan [rechtspersoon G] met datum 12 januari 2008 (aanvankelijk: 12 januari 2007) ten bedrage van € 119.000, met als omschrijving ‘wegens verstrekte adviezen investeringsprojecten in roemenie in 2007’ .
- een factuur van [rechtspersoon G] aan [rechtspersoon H] van 5 maart 2007 voor een bedrag van € 24.395 met als omschrijving ‘advieskosten inzake ontwikkeling Veenendaal’,
- een factuur van [rechtspersoon G] aan [rechtspersoon I] van 27 februari 2007 voor een bedrag van € 4.165 met als omschrijving ‘advisering marktontwikkelingen NH’,
- een factuur van [rechtspersoon G] aan [rechtspersoon L] van 5 maart 2007 voor een bedrag van € 4.165 met als omschrijving ‘adviezen inzake projectontwikkeling’, en
- een factuur van [rechtspersoon G] aan [rechtspersoon M] van 5 maart 2007 voor een bedrag van € 9.520 met als omschrijving ‘taxatiewerkzaamheden inzake diverse gebouwen o.g. portefeuille’.
Bewezenverklaring
(zaaksdossier 8)
(zaaksdossier 8)
(zaaksdossier 8)
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Strafbaarheid van de verdachte
Oplegging van straf
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij]
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
2 (twee) jaren en 6 (zes) maanden.
€ 10.000 (tienduizend euro)ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
€ 10.000 (tienduizend euro)als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
85 (vijfentachtig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.