ECLI:NL:GHAMS:2015:1358
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis met niet-ontvankelijkheid benadeelde partij in schadevordering
In hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam bevestigt het gerechtshof het vonnis, met uitzondering van de beslissing op de schadevordering van de benadeelde partij. De benadeelde partij, een rechtspersoon, had een vordering tot schadevergoeding ingediend van €1.549,00, waarvan in eerste aanleg €883,93 was toegewezen.
De benadeelde partij werd vertegenwoordigd door een gemachtigde die geen bewijs van vertegenwoordigingsbevoegdheid kon overleggen. Bovendien verscheen niemand namens de benadeelde partij ter terechtzitting in hoger beroep, waardoor geen duidelijkheid kon worden verkregen over de bevoegdheid. Het hof oordeelt dat nader onderzoek naar de vertegenwoordigingsbevoegdheid een onevenredige belasting van het strafgeding zou betekenen.
Daarom verklaart het hof de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering tot schadevergoeding en bepaalt dat zij deze vordering bij de burgerlijke rechter moet aanbrengen. Voor het overige bevestigt het hof het vonnis van de rechtbank. De beslissing is gebaseerd op de artikelen 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.
Uitkomst: De benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar schadevordering wegens gebrek aan vertegenwoordigingsbevoegdheid.