ECLI:NL:GHAMS:2015:1513

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
21 april 2015
Publicatiedatum
23 april 2015
Zaaknummer
200.134.126-01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 353 lid 1 RvArt. 130 lid 3 Rv
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bekrachtiging vonnis na niet tijdig kenbaar maken eisvermeerdering in hoger beroep

In deze civiele zaak tussen Dexia Nederland B.V. en de geïntimeerde heeft het gerechtshof Amsterdam op 24 februari 2015 een tussenarrest gewezen waarin Dexia werd verzocht de vermeerdering van eis tijdig kenbaar te maken aan de wederpartij.

Dexia heeft bij akte ter rol van 10 maart 2015 laten weten niet aan deze opdracht te kunnen voldoen en zich te beroepen op het oordeel van het hof. Het hof oordeelt dat Dexia niet heeft voldaan aan de vereisten van artikel 353 lid 1 juncto Pro artikel 130 lid 3 Rv Pro door de eisvermeerdering niet tijdig kenbaar te maken.

Daarom wordt de eisvermeerdering buiten beschouwing gelaten en falen beide grieven. Het hof bekrachtigt het vonnis waarvan beroep en veroordeelt Dexia in de kosten van het hoger beroep, welke aan de zijde van de geïntimeerde nihil zijn begroot.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis waarvan beroep en laat de eisvermeerdering buiten beschouwing wegens niet tijdige kennisgeving.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer : 200.134.126/01
zaak- en rolnummer rechtbank Amsterdam : 2030904 DX EXPL 13-33
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 21 april 2015
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
DEXIA NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
appellante,
advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam,
tegen:
[geïntimeerde],
wonende te [woonplaats],
geïntimeerde,
niet verschenen.

1.Het geding in hoger beroep

Partijen worden hierna Dexia en [geïntimeerde] genoemd.
In deze zaak heeft het hof op 24 februari 2015 een tussenarrest gewezen. Voor het verloop van het geding tot dan toe wordt naar dit arrest verwezen.
Bij genoemd arrest is Dexia in de gelegenheid gesteld het aan [geïntimeerde] gerichte exploot in het geding te brengen waarmee de vermeerdering van eis - gedaan bij memorie van grieven - aan hem (tijdig) kenbaar is gemaakt.
Bij akte ter rolle van 10 maart 2015 heeft Dexia laten weten niet aan de gestelde opdracht te kunnen voldoen en zich te refereren aan het oordeel van het hof.

2.De verdere beoordeling

2.1
Nu Dexia kennelijk heeft nagelaten (tijdig) de vermeerdering van eis zoals verwoord in grief II bij exploot aan [geïntimeerde] kenbaar te maken, is niet voldaan aan de artikelen 353 lid 1 juncto artikel 130 lid 3 Rv Pro. Het hof zal deze vermeerdering van eis dan ook buiten beschouwing laten, waarmee de grief faalt.
2.2
Het hof komt tot de slotsom dat beide grieven falen en dat het vonnis waarvan beroep zal worden bekrachtigd. Dexia zal als in het ongelijk gestelde partij worden verwezen in de kosten van het geding in hoger beroep.

3.Beslissing

Het hof:
bekrachtigt het vonnis waarvan beroep;
veroordeelt Dexia in de kosten van het geding in principaal hoger beroep, tot op heden aan de zijde van [geïntimeerde] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door mrs. R.H. de Bock, P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten en J.W.M. Tromp en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 21 april 2015.