ECLI:NL:GHAMS:2015:1549
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte wegens niet-verontschuldigbare termijnoverschrijding hoger beroep
Verdachte werd door de rechtbank Noord-Holland veroordeeld bij vonnis van 25 maart 2014. Hoewel verdachte op de terechtzitting van 11 maart 2014 aanwezig was en werd geïnformeerd over de uitspraakdatum, was hij afwezig bij de uitspraak zelf. De raadsman voerde aan dat de termijnoverschrijding verontschuldigbaar was vanwege het ontbreken van een vertaling van de dagvaarding in een voor verdachte begrijpelijke taal en zijn afwezigheid bij de uitspraak.
Het hof stelde vast dat verdachte en zijn raadsman bij de eerdere zitting aanwezig waren, met tolk, en dat verdachte door zijn raadsman in het Engels was geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep, hoewel dat gesprek achteraf gezien met tolk had moeten plaatsvinden. Het hoger beroep werd pas op 22 april 2014 ingesteld, wat buiten de wettelijke termijn van veertien dagen na de uitspraak viel.
Het hof oordeelde dat de termijnoverschrijding niet verontschuldigbaar was, omdat deze het gevolg was van de eigen keuze van verdachte om niet bij de uitspraak aanwezig te zijn en een daaropvolgende miscommunicatie met zijn raadsman. Daarom werd verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens niet-verontschuldigbare overschrijding van de appeltermijn.