Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
de manis het volgende gebleken.
de vrouwis het volgende gebleken.
Gerechtshof Amsterdam
Partijen, de man en de vrouw, hadden een relatie waaruit twee kinderen zijn geboren. Zij sloten een overeenkomst waarin de man een hogere bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen zou betalen dan de wettelijke maatstaven voorschrijven, met het doel de levenswijze van de kinderen zoveel mogelijk voort te zetten.
De man stelde dat hij onder invloed van dwaling en misbruik van omstandigheden de overeenkomst had gesloten en dat zijn gewijzigde financiële situatie een wijziging van de alimentatieverplichting rechtvaardigde. Het hof oordeelde dat de man onvoldoende had bewezen dat de vrouw hem bewust had misleid of dat sprake was van misbruik van omstandigheden. Tevens was de inkomensachteruitgang niet groot genoeg om een wijziging van de overeenkomst te rechtvaardigen.
Het hof concludeerde dat de bewuste afwijking van de wettelijke maatstaven geldig was en dat de overeenkomst onverkort van kracht bleef. Het beroep van de man werd afgewezen en de beschikking van de rechtbank werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking en wijst het beroep van de man af, waardoor de alimentatieverplichting ongewijzigd blijft.