ECLI:NL:GHAMS:2015:1824

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
7 april 2015
Publicatiedatum
19 mei 2015
Zaaknummer
23-003989-14
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte diefstal en heling personenauto Audi RS4

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam inzake de tenlastelegging van diefstal en heling van een Audi RS4. De verdachte werd primair beschuldigd van diefstal van de auto en subsidiair van heling ervan in de periode van augustus tot december 2012.

Tijdens de terechtzitting in hoger beroep werd vastgesteld dat het niet bewezen kon worden dat de verdachte de auto had weggenomen. Wel kon worden vastgesteld dat hij op 25 december 2012 een van de inzittenden van de Audi was, maar er was onvoldoende bewijs dat hij wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat de auto van misdrijf afkomstig was.

De verdediging voerde aan dat verdachte niet in direct verband kon worden gebracht met de diefstal en dat er geen sprake was van medeplegen. Het hof volgde dit standpunt en vernietigde het vonnis van de rechtbank. Het hof sprak de verdachte vrij van zowel de primaire als subsidiaire tenlasteleggingen wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.

Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam en uitgesproken op 7 april 2015.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van diefstal en heling van de Audi RS4 wegens onvoldoende bewijs.

Uitspraak

parketnummer: 23-003989-14
datum uitspraak: 7 april 2015
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 14 oktober 2014 in de strafzaak onder parketnummer 13-671010-12 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1989,
thans uit anderen hoofde gedetineerd in PI Noord Holland Noord - HvB Zwaag te Zwaag.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 24 maart 2015 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
primair:
hij op of omstreeks 28 augustus 2012 te Bodegraven, gemeente Bodegraven-Reeuwijk, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een (personen)auto (merk Audi, type RS4, gekentekend [kenteken], Chassisnummer [chassisnummer]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);
subsidiair:
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 28 augustus 2012 tot en met 25 december 2012 te Bodegraven, gemeente Bodegraven-Reeuwijk, en/of te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een (personen)auto (merk Audi, type RS4, gekentekend [kenteken], Chassisnummer [chassisnummer]) heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het (een) door diefstal, in elk geval (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de rechtbank.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.

Vrijspraak

De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep betoogd dat de verdachte van het primair en subsidiair ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken. Hij heeft daartoe primair aangevoerd dat verdachte niet in direct verband kan worden gebracht met de Audi. Niet kan worden vastgesteld dat de verdachte in de Audi heeft gezeten. Daarnaast blijkt onvoldoende uit het dossier dat de verdachte op zijn minst had kunnen vermoeden dat de Audi van diefstal afkomstig was. Evenmin blijkt uit het dossier dat sprake is van medeplegen. Meer subsidiair heeft de raadsman aangevoerd dat het ten last gelegde feit hoogstens op 25 december 2012 kan worden bewezen verklaard.
Met de rechtbank is het hof van oordeel dat niet kan worden bewezen hetgeen de verdachte primair ten laste is gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.
Anders dan de raadsman overweegt het hof dat op grond van de stukken in het dossier kan worden vastgesteld dat verdachte op 25 december 2012 één van de inzittenden in de Audi RS4 is geweest. Echter niet kan worden vastgesteld dat de verdachte wist dan wel redelijkerwijs had moeten vermoeden dat de Audi RS4 van misdrijf afkomstig was. Het enkele gegeven dat verdachte als een jonge man zonder inkomen (mee)reed in een dure auto die met hoge snelheid reed, is daartoe onvoldoende. Naar het oordeel van het hof is derhalve niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte subsidiair is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair en subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.R. Cox, mr. D. Radder en mr. P.F.E. Geerlings, in tegenwoordigheid van mr. J. Ineke, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 7 april 2015.
mr. M.R. Cox is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[....]