ECLI:NL:GHAMS:2015:1906
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.N. van de Beek
- M. Wigleven
- W.K. van Duren
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vraag over inbewaringstelling en schadevergoeding volgens Wet BOPZ
In deze zaak staat centraal de uitleg van artikel 28 van Pro de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet BOPZ) met betrekking tot de inbewaringstelling van een persoon op basis van een geneeskundige verklaring van een arts die geen psychiater is. Het hof onderzoekt of het vereiste dat de betrokkene 'immediately after the arrest' door een psychiater moet worden onderzocht, betekent dat dit binnen zes daglichturen moet gebeuren, en of een andere termijn van toepassing kan zijn.
Daarnaast wordt de vraag gesteld of de schadevergoeding die genoemd wordt in artikel 28 Wet Pro BOPZ altijd ten laste komt van de burgemeester of gemeente, ook wanneer de omstandigheden die leiden tot de onrechtmatigheid van de last buiten hun invloedssfeer liggen. Het hof heeft partijen de gelegenheid gegeven zich uit te laten over de voorgestelde prejudiciële vragen, waarop geen bezwaren zijn ontvangen.
Het hof besluit de prejudiciële vragen aan de Hoge Raad voor te leggen en houdt iedere verdere beslissing aan. Tevens wordt bepaald dat de griffier de beschikking en relevante stukken onverwijld aan de Hoge Raad zal zenden. Deze tussenuitspraak is gedaan door het meervoudige hof in het civiele recht, afdeling familie- en jeugdrecht, op 19 mei 2015.
Uitkomst: Het hof legt prejudiciële vragen voor aan de Hoge Raad en houdt verdere beslissing aan.