Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
,
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
€ 38,12
1. Inleiding
Gerechtshof Amsterdam
De stichting [X] organiseerde multidisciplinaire ketenzorg voor patiënten met Diabetes Mellitus type 2 en ontving hiervoor een vergoeding van zorgverzekeraars, waaronder een component voor overheadkosten van € 38,12 per patiënt per jaar. De stichting stelde dat zij als onderdeel van een collectief optreedt jegens patiënten en dat deze vergoeding daarom vrijgesteld is van omzetbelasting volgens artikel 11, lid 1, onderdeel g van de Wet OB.
De rechtbank oordeelde dat de stichting administratieve en coördinerende diensten verricht jegens de zorgverzekeraar en zorgverleners, maar geen directe zorgrelatie met patiënten heeft. De vergoeding voor deze diensten is daarom belast met omzetbelasting. Het hof bevestigt dit oordeel en benadrukt dat de stichting geen zelfstandige relatie met patiënten heeft en geen medische zorg verleent. Ook is er geen sprake van een samenwerkingsverband dat als één entiteit naar buiten treedt.
Het hof overweegt dat het neutraliteitsbeginsel niet wordt geschonden omdat de afnemer van de diensten de verzekeraar is en niet de patiënt, in tegenstelling tot bijvoorbeeld een huisartsenpost of ziekenhuis. De vergoeding voor overheadkosten kan daarom niet worden aangemerkt als vrijgestelde gezondheidskundige verzorging. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat de vergoeding voor overheadkosten niet is vrijgesteld van omzetbelasting.