Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
de manis het volgende gebleken.
de vrouwis het volgende gebleken.
3.Het geschil in hoger beroep
- primair de bijdrage voor [de minderjarige] over de periode van 21 januari 2013 tot 1 maart 2013 op nihil te stellen, over de periode van 1 maart 2013 tot 16 augustus 2013 op € 441,- per maand te bepalen en met ingang van 16 augustus 2013 op nihil te stellen, met bepaling dat de vrouw het teveel ontvangene over de periode vanaf 21 januari 2013 dient terug te betalen, met wijziging van het echtscheidingsconvenant en de echtscheidingsbeschikking in zoverre;
- subsidiair de bijdrage voor [de minderjarige] op een lager bedrag vast te stellen met ingang van een zodanige ingangsdatum als de rechtbank juist zou achten, met wijziging van het echtscheidingsconvenant en de echtscheidingsbeschikking in zoverre.