Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Vonnis waarvan beroep
Overwegingen
Oplegging van straf
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
7 (zeven) maanden.
Gerechtshof Amsterdam
In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis bevestigd, behalve ten aanzien van de straf, die werd verminderd van tien naar zeven maanden gevangenisstraf. De verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van de opzettelijke invoer van 810 gram cocaïne, een gevaarlijke harddrug verboden bij de Opiumwet.
De verdediging stelde dat de inbeslagname en het onderzoek van de iPhone van de verdachte onrechtmatig was op grond van artikel 94 Wetboek Pro van Strafvordering en het recht op privacy zoals beschermd door artikel 8 EVRM Pro. Het hof verwierp dit verweer, oordelend dat artikel 94 Sv Pro een voldoende wettelijke grondslag biedt voor inbeslagname en onderzoek van gegevens op een smartphone, en dat er geen sprake was van een ernstig vormverzuim dat uitsluiting van bewijs zou rechtvaardigen.
De strafvermindering werd gemotiveerd door de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het werd begaan en de persoon van de verdachte. Het hof achtte een gevangenisstraf van zeven maanden passend en geboden, waarbij rekening werd gehouden met de tijd die de verdachte in voorarrest had doorgebracht. Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 22 juni 2015.
Uitkomst: De verdachte is veroordeeld tot zeven maanden gevangenisstraf voor medeplegen invoer cocaïne, met rechtmatige inbeslagname en onderzoek van de smartphone.