In deze civiele zaak vordert [geïntimeerde] betaling van een bedrag van €19.605,- plus rente en incassokosten van [appellant], die uit de vennootschap onder firma (vof) is getreden. De vordering betreft een lening die oorspronkelijk als investering in de vof werd gedaan, maar later formeel als geldlening werd vastgelegd.
De feiten zijn onbetwist: [geïntimeerde] maakte €27.000,- over op de rekening van de vof, waarmee een camper werd gekocht die werd ingezet voor verhuur. Hoewel [appellant] betwist dat hij aansprakelijk is omdat hij niet direct met [geïntimeerde] heeft gecontracteerd en uit de vof is getreden, oordeelt het hof dat de leningsovereenkomst met de vof is gesloten en dat [appellant] als vennoot hoofdelijk aansprakelijk blijft voor schulden die tijdens zijn vennootschap zijn aangegaan.
Het hof wijst alle grieven van [appellant] af, onder meer omdat de aankoop van de camper binnen de doelomschrijving van de vof valt en de omzetting van de investering in een lening reeds voor zijn uittreden is overeengekomen. Het vonnis van de kantonrechter wordt bekrachtigd en [appellant] wordt veroordeeld tot betaling van de gevorderde bedragen en de proceskosten.