Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Beoordeling van het hoger beroep
3.Beslissing
M.F.G.H. Beckers, in tegenwoordigheid van C.W.M. Coolen als griffier en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2015.
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak betreffende personen- en familierecht stond het gezamenlijk gezag over minderjarige kinderen centraal. De man en vrouw, partijen in hoger beroep, bereikten een overeenkomst over de feitelijke uitoefening van het gezag. De man delegeert alle bevoegdheden uit het gezamenlijk gezag aan de vrouw, met de verplichting om in zaken waarbij derden medewerking van beide ouders verlangen, na overleg met de vrouw, zijn medewerking te verlenen.
Beslissingen die verder gaan dan de dagelijkse verzorging en opvoeding, zoals schoolkeuze, woonplaats en verblijf in het buitenland, worden in onderling overleg genomen. Indien partijen niet tot overeenstemming komen, neemt de vrouw de eindbeslissing. Het hof verwijst naar zijn eerdere tussenbeschikking en verlengde de termijn voor schriftelijke reacties, waarop alleen de man reageerde.
Gezien de bereikte overeenstemming vernietigt het hof de eerdere beschikking van de rechtbank Noord-Holland en wijst het verzoek van de vrouw af. Het hof doet opnieuw recht en wijst ook het in hoger beroep meer of anders verzochte af. De uitspraak werd gedaan door drie raadsheren in aanwezigheid van de griffier en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2015.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beschikking van de rechtbank en wijst het verzoek van de vrouw af, waarbij de man alle bevoegdheden uit het gezamenlijk gezag aan de vrouw delegeert.