Uitspraak
De feiten en de rechtsgang
De beoordeling
[naam] tegen Nederland), nu het in die zaak – anders dan in de onderhavige zaak – (a) ging om de voorlopige hechtenis in de fase voorafgaand aan de veroordeling in eerste aanleg en (b) niet ging om een eerdere schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte wegens het ontbreken van ernstige bezwaren.